Orthomoleculaire voedingsleer wat is dat?

gezonde voeding

Mensen kijken mij meestal een beetje wazig aan als ik vertel dat ik een opleiding ‘Orthomoleculaire voedingsleer’ heb gevolgd. De meesten haken ook al af zodra ik deze term maar heb genoemd. Ik vind het niet heel makkelijk om het in het kort uit te leggen, maar ik ga het proberen.

Laat ik bij het begin beginnen. De term orthos komt uit het Grieks en betekent juist, recht, goed of gezond. Moleculair heeft betrekking op molecuul. In de orthomoleculaire voedingsleer en orthomoleculaire geneeskunde maakt men gebruik van de kennis uit de biochemie, waarbij de celstofwisseling ontrafeld wordt. Op celniveau (onze bouwstenen) wordt onderzocht wat de werking is van de microvoedingsstoffen (vitaminen, mineralen, sporenelementen en andere plantenstoffen) en macrovoedingsstoffen (koolhydraten, eiwitten en vetten) in ons lichaam om een goede gezondheid in stand te houden.

Klachten en ziekten ontstaan als processen in ons lichaam uit balans raken. Alleen al een tekort aan vitamine C kan er bijvoorbeeld al voor zorgen dat er honderden processen in ons lichaam niet meer optimaal kunnen verlopen. Het is niet moeilijk voor te stellen dat tekorten aan meerdere voedingsstoffen op den duur merkbaar gevolgen heeft voor je gezondheid. Klachten als vermoeidheid, last van je darmen, hoge bloeddruk, hoofdpijn, slechte concentratie, stijfheid, zijn indicaties dat je lichaam uit balans is. Het is een signaal dat je iets zult moeten veranderen in je leven. Een verandering die je vanaf vandaag al kunt doorvoeren, is een verandering in je voedingspatroon. En dat kan grote verbeteringen opleveren voor de rest van je leven.

De orthomoleculaire voedingsleer berust op een aantal belangrijke pijlers:

  1. de verzuring van het lichaam, ofwel het voorkomen van verzuring.

Ons lichaam is van oorsprong basisch. Dat betekent alkalisch of niet zuur. Niet alleen met het eten van bepaalde voeding (zoals granen, kaas, vlees, vis, ei, suiker) verzuurt ons lichaam. Ook door bepaalde functies, zoals spijsvertering, beweging (sporten) en ademhaling, verzuurt je lichaam. Langdurige verzuring gaat op den duur leiden tot klachten en ziekten. Belangrijk voor onze gezondheid is dat basische voedingsmiddelen de overhand hebben in ons dagelijkse voedingspatroon. Sterk basevormende voedingsmiddelen zijn water, groenten en fruit. Vooral door veel (groene) groenten te eten en minder verzurende voeding kun je een verzuurd lichaam weer ontzuren en dat zul je gaan merken aan je gezondheid.

  1. een stabiele bloedsuikerspiegel.

Hoe meer suikers en koolhydraten – in de vorm van onder meer brood, pasta, aardappelen, koekjes, crackers – aanwezig zijn in jouw voeding, hoe meer fluctuatie er zal zijn in je bloedsuikerspiegel. Zodra de suikers zijn opgenomen in de cellen, daalt je bloedsuikerspiegel weer. Deze stijging en daling vormen “schommelingen” in je bloedsuikerspiegel en deze leiden tot schommelingen in je energie en veroorzaken een onbalans in je hormonen. Je krijgt een energiedip of je wordt trillerig of flauw. Met de juiste voeding kun je de pieken en dalen in je bloedsuikerspiegel egaliseren en een gelijkmatige energie krijgen gedurende de dag.

3.  hormonale balans

Onze hormonen beïnvloeden onze energie, de kwaliteit van onze huid, ons libido, ons gewicht, zelfs onze temperatuur, eetlust en geluksgevoelens. Wij beïnvloeden onze hormonen op verschillende manieren met wat we eten, maar ook met onze gedachten (stresshormonen), door beweging, en door levensstijl (vroeg of laat naar bed). Hormonale disbalansen creëren symptomen zoals weinig energie, buikvet, love handles, cellulitis, vermoeidheid, koude handen en voeten, slecht slapen etc. Je kunt gericht voeding eten zodat je hormonen weer in balans komen en overtollige kilo’s ‘van zelf’ verdwijnen.

  1. Een gezonde darmflora

80% van ons weerstandsvermogen wordt bepaald door de gezondheid van onze darmen. Een gezonde darmflora, en dus een gezonde bacterieflora, is niet alleen nodig voor een goede spijsvertering maar ook voor het behouden van de natuurlijke afweer en het voorkomen van een overgroei van mogelijk slechte (pathogene) bacteriën die, als we daarvan te veel in onze darmen krijgen, tot klachten of ziekte kunnen leiden. Zie hierover meer in mijn blog over ‘gezondheid begint in je darmen’.